‘Het lijkt vanzelfsprekend. Dat is het niet.’
In de Grote Zaal van de Nieuwe Kerk in Den Haag opent het panelgesprek van de Nacht van het Drinkwater over iets waar je pas over nadenkt als het ontbreekt: water uit de kraan. Hoe zit het met de beschikbaarheid voor de burger en voor het bedrijfsleven, en met de kwaliteit en waar ligt de verantwoordelijkheid? Onder leiding van Splinter Chabot schuiven Pieter Litjens (Vewin), Doris van Halem (TU Delft), Mattheus Wassenaar (ILT), Jan Jacob van Dijk (Rli) en Ina Adema (IPO) aan om te praten over bronnen die onder druk staan, een groeiende watervraag en de grenzen van het huidige systeem.
Pieter Litjens opent het gesprek met de grootste uitdaging van dit moment: beschikbaarheid van bronnen. “We krijgen meer inwoners, meer bedrijven, en die vragen allemaal water,” zegt hij. Drinkwaterbedrijven hebben ruimte nodig voor nieuwe productielocaties, maar die ruimte is schaars. “Je loopt meteen tegen natuur, vergunningen en provinciale regels aan. Dat maakt het ingewikkeld.” Provincies spelen daarbij een sleutelrol, omdat zij de vergunningen afgeven.
Stilzitten is geen optie
Volgens Litjens is stilzitten geen optie: “Als we niets doen, ontstaat er een crisis.” Daarom werkte de sector aan een Watermanifest met een concreet handelingsperspectief voor een nieuw kabinet: “Geen advies dat in een la verdwijnt, maar echt een plan waarmee we aan de slag kunnen.”
Hoogleraar Doris van Halem haakt daarop in met een citaat uit het gedicht dat eerder op de avond te horen was: Wij zorgden dat het bleef. “We leven in een onzekere tijd, met klimaatverandering en vervuiling,” zegt ze. “Juist daarom is behouden zo belangrijk.”
Niet of-of, maar en-en
Van Halem benadrukt dat zuiveringstechnologie veel kan. “Je kunt van bijna elk soort water drinkwater maken. Maar het is gezonder voor mens en dier als we overál schoon water houden, dus ook het oppervlaktewater. Het is niet of-of, het is en-en. Door betere bescherming hoeven we in de toekomst minder ingrijpend te zuiveren.” Litjens knikt: “Het lijkt allemaal vanzelfsprekend, maar er komt ongelofelijk veel bij kijken. Het hele aquatische systeem moet gezond zijn. Het is zorgwekkend dat we dat systeem zelf vervuilen.”
Als we niets doen, ontstaat er een crisis.
Bewustwording is belangrijk
Mattheus Wassenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport schetst vervolgens een dubbel beeld: “In 2024 voldeed 99,84 procent van de metingen van drinkwater aan de normen. Dat is bijna perfect. We mogen daar trots op zijn.” Tegelijkertijd groeit de zorg. “Het wordt steeds complexer om dit niveau vast te houden. Oppervlaktewater raakt vervuild, onder andere door PFAS, en dat komt uiteindelijk ook in het grondwater terecht. Het maakt dat het steeds duurder wordt om water te zuiveren.”
Positief vindt hij dat steeds meer burgers zich zorgen maken. Bewustwording is belangrijk. Van Halem vult aan: “Pas als mensen in het buitenland flessenwater moeten kopen, beseffen ze hoe bijzonder drinken uit de kraan eigenlijk is.”
Goedschiks?
Jan Jacob van Dijk pleit voor de lange termijn voor een nationale drinkwaterstrategie. “We moeten nu één duidelijke koers vaststellen, met alle betrokken partijen. En iedereen moet zich daaraan houden.” Hij waarschuwt dat het niet bij papier mag blijven. “Als het niet goedschiks kan, moet het soms anders. Anders gebeurt er te weinig.”
Besparen
Ina Adema ziet bij provincies inmiddels meer urgentie. “De kritiek van ILT en Rli was een spiegel. In sommige regio’s staat het echt op rood.” Ze noemt de slag om de ruimte als groot probleem. “De vraag is enorm. Drinkwater moet nu echt prioriteit krijgen. Dat moet zich vertalen in meer aanbod. Daarnaast moet we inzetten op besparing. In Vlaanderen is het gebruik na maatregelen met dertig procent gedaald. Dat laat zien dat besparen echt kan.”
Pieter Litjens
Doris van Halem
Mattheus Wassenaar
Jan Jacob van Dijk
Ina Adema
Vier directeuren
Na het panel komen vier directeuren van drinkwaterbedrijven uit de zaal aan het woord. Rob van Dongen (Brabant Water) schetst een urgent beeld van West-Brabant. “Deze regio kleurt donkerrood en ook de kwaliteit staat onder druk.” Tegelijkertijd ziet hij kansen in innovatie, zoals ontzilting van brak water en zeewater. “Maar vergunningen, stikstof en energie blijven zorgen.” Wim den Hertog (Waterbedrijf Groningen) vertelt hoe Groningen sinds 2018 inzet op bewustwording en uitbreiding van capaciteit. “We zoeken ook naar alternatieven: oppervlaktewater, hergebruik en zelfs rioolwater.”
Tjeerd Roozendaal (Vitens) vat het kernachtig samen: “We kunnen niet meer kiezen. We moeten alles doen. Nieuwe bronnen, nieuwe plekken, betere bescherming.” Ondanks die druk blijft hij naar eigen zeggen hoopvol. Wim Drossaert (Dunea) sluit af met een waarschuwing. “De vraag is groter dan het aanbod. We teren in op reserves.” Volgens hem zijn lef en ruimte nodig. “We moeten meer water maken, vechten voor kwaliteit. De kraan moet open blijven.” In de Grote Zaal klinkt applaus. Het panel laat één ding duidelijk zien: schoon drinkwater is geen vanzelfsprekendheid meer. Het vraagt keuzes, samenwerking en actie. Nu.